x

Een levenslang abonnement op een huis, alsjeblieft

Wat journalist Ben Van Alboom opstak van 'Redefining Creativity' - 25.02

“Met de hulp van AI is straks zelfs jouw tuinhuis een architecturale parel”
Er zijn vandaag best wat kunstenaars met technologie en artificiële intelligentie bezig, bleek op Media & Culture Fast Forward. Maar weinigen zo praktisch als Gilles Retsin. Een architect vaneigens, denk je dan. “Terwijl er in werkelijkheid weinig beroepen zijn die op technologisch vlak meer achterlopen.”

Het kunstenaarschap van de in België geboren Londenaar Gilles Retsin staat niet echt ter discussie: zijn werk maakt deel uit van de vaste collectie van het Centre Pompidou, en hij stond er daarnaast ook al mee tentoon in onder meer het Vitra Design Museum in Weil-am-Rhein en de Zaha Hadid Gallery in Londen. Over zijn praktijk als architect valt in feite ook niet te discussiëren – Retsin gaf de voorbije jaren les aan de meest prestigieuze architectuuropleidingen op aarde – maar zijn geflirt met artificiële intelligentie (AI) en technologie maakt van hem een buitenbeentje dat er merkelijk meer op gebrand lijkt om de wereld te verbeteren dan om een huis te bouwen. Al is dat wel degelijk zijn bedoeling. With a little help from AI.

“Als architect word je geleerd om van een ontwerp te vertrekken en vervolgens te kijken hoe je het kan bouwen”, vertelt Gilles Retsin in de coulissen van Media & Culture Fast Forward. “Ik doe het andersom. Ik vertrek van de verschillende onderdelen, zonder een concreet gebouw of plek voor ogen. En om de onderdelen bij elkaar te brengen of moeilijke vraagstukken daarover op te lossen, maak ik gebruik van AI. Zie het als een soort extensie van mijn kennis als architect.”

Hoeveel procent van jouw ontwerpen wordt dan juist bepaald door AI?

Retsin: “Dat is een goede vraag waar ik geen goed antwoord op heb. AI maakt voor mij deel uit van een automatiseringsproces – het is geen tool op zich. AI bouwt zelf geen huizen, laat staan dat het op het punt staat om de wereld over te nemen van de mens. Integendeel. Als je vandaag kijkt naar AI-toepassingen bij bedrijven als Netflix en Amazon, die aanbevelingen geven op basis van jouw kijk- en surfgedrag, dan zijn dat niet meer dan geavanceerde vormen van statistiek. Bijster intelligent zijn die dingen niet, maar de impact ervan is wel enorm. En ik probeer dat nu ook toe te passen op het gebied van design en constructie.”

En dat lukt?

Retsin: “Ja. We kunnen vandaag op een nagenoeg volledig geautomatiseerde manier ontwerpen genereren en gelijk evalueren. Wat maakt dat het goed vooruitgaat. Een klant zou in principe naar mij kunnen komen en binnen de minuut kan ik voor hem een ontwerp klaar hebben. Meer zelfs: nog een minuut later kunnen we dat ontwerp beginnen 3D-printen. Maar dat is allemaal redelijk simpel en rechttoe rechtaan. Een interessantere vraag is wat je met die technologie ánders kan doen.”

En heb je daar wel een goed antwoord op?

Retsin: (lacht) Je zou heel het bouwproces kunnen omgooien, bijvoorbeeld. In plaats van te wachten tot een projectontwikkelaar een lening krijgt van een bank om een stuk grond te kopen en er iets op te zetten, zodat jij op jouw beurt een lening kan aangaan om een appartement te kopen, waarom geen platform ontwikkelen dat heel dat proces automatisch in gang steekt, wanneer genoeg mensen ergens op intekenen? En dan bedoel ik zelfs niet zozeer op het bezit van een feitelijk huis, maar op het recht om er altijd van één gebruik te maken.”

Què?

Retsin: “We hebben echt een enorm rare relatie met gebouwen. We vinden eigendom zo belangrijk dat een groot deel van ons leven daarrond pivoteert. Er zijn zelfs mensen die daar de helft van hun leven voor werken, en de andere helft zitten ze er dan aan vast. Als we daarentegen naar een soort abonnementsformule zouden gaan die ervoor zorgt dat je altijd en overal jouw intrek kan nemen in een huis van pakweg honderd vierkante meter, dan zou iedereen veel vrijer zijn.”

Autodelen met huizen, dus?

Retsin: “Voilà. Ik vind dat soort vragen dus veel interessanter om mee bezig te zijn dan de vraag of robots huizen kunnen bouwen. Want daarop kennen we het antwoord al: ja. Als we dat willen, kunnen we vandaag huizen bouwen op een paar dagen tijd – een pak efficiënter en goedkoper dan hoe het er nu in de praktijk nog altijd aan toegaat. Maar als het allemaal eenmaal zoveel sneller en goedkoper zal gaan, hoe zal dat onze relatie met gebouwen juist beïnvloeden? Dát houdt mij bezig.”

Klinkt allemaal nog redelijk sciencefiction.

Retsin: “En toch bestaat de technologie al. Overigens geen seconde te vroeg. De VN heeft berekend dat er in de komende veertig jaar 2,1 miljard wooneenheden zullen moeten worden gebouwd. Dat is gigantisch, en AI en robotica gaan dat mee mogelijk maken. Helaas zijn architecten zelden de eerste om zich op nieuwe technologieën te gooien, ook al hebben die altijd voor architecturale verandering gezorgd. Dat zal nu niet anders zijn, dus ofwel beginnen we als architecten mee na te denken over hoe we met die nieuwe technologieën creatief aan de slag kunnen, ofwel zetten we onszelf buitenspel. Want in Silicon Valley en Shenzhen – de Chinese Silicon Valley – zitten ze niet op ons te wachten.”

En dat is …

Retsin: “Redelijk problematisch. Want daarmee geef je hen de sleutels van de stad van de toekomst. En dat gaat veel verder dan wat Amazon en Uber vandaag aan het doen zijn, hé. Techbedrijven gaan dan beslissen hoe we wonen en hoe de publieke ruimte wordt vormgegeven. Die platforms en abonnementsformules waar ik het daarnet over had, daar denken die vandaag al effectief over na. Maar geen enkele politicus is daar al mee bezig, laat staan dat daar al een maatschappelijk debat over wordt gevoerd. Bij Uber is dat trouwens ook veel te laat op gang gekomen. En dat is jammer. Want het idee achter Uber is super. Het probleem is gewoon dat het in handen is van één bedrijf in Silicon Valley, in plaats van in handen van miljoenen taxichauffeurs.”

Oké, maar kun jij dan verhinderen dat Silicon Valley ook de huizenmarkt in handen krijgt?

Retsin: “In theorie zou iedereen vandaag zo’n huizenplatform voor geen geld in Hongarije of India kunnen laten ontwikkelen. Maar in Silicon Valley halen ze daar natuurlijk honderden miljoenen mee op, waarmee ze vervolgens een monopoliepositie kopen. Al is dit nu wel een complexer gegeven dan de taxisector – dit gaat om ons dagelijks leven – dus ik ga ervan uit dat deze evolutie trager zal gaan. Of dan toch zeker in Europa. Want in landen met een bevolkingsexplosie – meer bepaald in Oost-Azië, Afrika en stukken van Zuid-Amerika – groeit ook de vraag naar woningen explosief. En in Silicon Valley maken verschillende platforms zich op om daar een antwoord op te bieden. Sidewalk Labs van Google, bijvoorbeeld. Of Katerra. En daar word je dus echt niet vrolijk van.”

Hoezo?

Retsin: “Katerra is het grootste bedrijf in zijn soort, en je moet maar eens googelen hoe die denken over hoe een huis er moet uitzien of over hoe we zouden moeten leven. Dat is redelijk scary. Eigenlijk is dat – ironisch genoeg – een soort communistische prefabfabriek, maar dan met durfkapitaal. (lacht) Maar om op de vraag te antwoorden of we kunnen verhinderen dat die straks de huizenmarkt domineren. Langs de ene kant lijkt dat onbegonnen werk, maar langs de andere kant groeit nu toch eindelijk ook op politiek vlak het besef dat we Silicon Valley regels moeten opleggen. En ik zie het als mijn taak om te laten zien dat er wel degelijk alternatieve scenario’s mogelijk zijn – over hoe we willen leven, bouwen en onze steden willen inrichten.” 

En architecten zijn daarin cruciaal.

Retsin: “Niet alleen architecten, maar ook de culturele sector, waartoe ik mezelf eveneens reken. Het moet een wisselwerking zijn tussen menselijke creativiteit en AI. Want als je van AI, robotica en automatisering een pure oefening in efficiëntie maakt, neem je naast de risico’s ook de schoonheid weg. En ik vind dus ook dat de cultuursector tot nu toe – allicht vanuit een soort antikapitalistische reflex – te weinig met technologie is bezig geweest. Dat is erg jammer, want het ontbreekt veel technologische debatten aan creatieve, progressieve stemmen.”

Wat je vaak ziet, is dat kunstenaars wel met technologie spelen, maar er niet meteen iets ‘bruikbaars’ mee doen.

Retsin: “Dat is waar, maar dat spelen kan natuurlijk ook superinteressant zijn! Als we machines iets creatiefs laten doen, zegt dat ook altijd iets over wie wij zijn – als mensen. Maar het zegt evenzeer iets over ons dat we machines in hoofdzaak gebruiken om ‘waarde’ te creëren, en ik wil als kunstenaar mee die waarde bepalen. Ik wil echt kunnen wegen op de politiek en de maatschappij, door duidelijk te maken dat we een culturele component móeten toevoegen aan die technologische ontwikkelingen.”

Maar efficiëntie is voor jou wel degelijk ook belangrijk?

Retsin: “Absoluut! Met Stephan Markus Albrecht heb ik deelgenomen aan een wedstrijd voor een concerthal in Nuremberg. We zaten bij de finalisten met een ontwerp dat volledig uit hout was opgetrokken en dat we ook met de hulp van AI hadden ontworpen. Alle andere finalisten kwamen hun ontwerp presenteren met teams van soms twintig tot dertig mensen. Wij waren met twee, en twee laptops. Ik wil dus absoluut aantonen dat je met AI, robots en machines zeer inspirerende dingen kan maken die tegelijk ook minder geld kosten én meer ecologisch zijn.”

Veel van jouw ontwerpen, zoals het Diamonds-huis, zien er natuurlijk wel allesbehalve efficiënt uit.

Retsin: “We zien dat er vanalles niet klopt, ja. En dus zal het ook wel complex en duur zijn. Maar het is in werkelijkheid superefficiënt en ook ontzettend makkelijk te bouwen. Het is volledig modulair en het bestaat uit letterlijk twee elementen: een hoop rechte en een hoop L-vormige stukken hout. Dit is voor mij echt een schoolvoorbeeld van wat we met die mix van AI en menselijke creativiteit kunnen doen: iets schoons creëren dat je even efficiënt, duurzaam en goedkoop in elkaar kan steken als om het even welk saai ontwerp waarmee een algoritme in Silicon Valley zou afkomen. (enthousiast) Vroeger was de regel dat je voor een gebouw van Frank Gehry en Zaha Hadid méér geld op tafel moest leggen. Dat was logisch, want die dingen waren bijzonder. Met AI kunnen we nu bijzondere dingen maken voor mínder geld. Wat betekent dat niet alleen musea er vandaag fantastisch kunnen uitzien, maar ook de Carrefour bij jou om de hoek. Of jouw tuinhuis. De ironie is dus dat AI ervoor kan zorgen dat élk gebouw terug culturele waarde krijgt, in tegenstelling tot de banale dingen die we de voorbije decennia hebben zitten optrekken op ons eentje.”