x

Het belang van data in de cultuursector

Een interview met Saskia Scheltjens (Rijksmuseum) - 02.12

Media & Culture Fast Forward mag dan alweer in een nieuw jasje zitten, we garanderen je nog steeds een goed gevuld programma boordevol inspiratie. Deze week blikken we vooruit op De Zaak Cultuur, meer bepaald de sessie “Dataïsme” met Saskia Scheltjens, hoofd Research Services in het Rijksmuseum in een interview door Debbie Esmans.

We kozen voor “Dataïsme” als titel van onze sessie op Culture Fast Forward. Dat zinspeelt op een door ons gepercipieerde nood om meer te doen bewegen rond data in de cultuursector in Vlaanderen. Deel jij die bekommernis?

Saskia: Ik ben oorspronkelijk bibliothecaris van opleiding en in dat beroep zijn mensen traditioneel bezig met kennis en informatie. Sinds ik verantwoordelijk ben voor alle collectie-informatie en data binnen het Rijksmuseum, heb ik 1 vaste slide om mijn afdeling uit te leggen. Er staat een foto van het Rijksmuseum en dan in grote letters: Kennis, Informatie, Data. Tegenwoordig zie je alleen maar een focus op dat laatste. Maar aan de hand van deze slide leg ik uit dat het ene woord het andere niet vervangt. Het is een continuüm. Dat geldt trouwens evenzeer voor musea en erfgoed als voor de algemene cultuur en maatschappij. 

Net zoals je vroeger kennis en informatie goed diende te beheren, is dat nu bijkomend ook het geval met data. Ook data is een mensenzaak. Verschillende filosofen doen heel juichend over die transformatie, maar zijn tegelijk ook redelijk onkritisch. In Nederland zijn er een paar interessante vrouwelijke filosofen die wel kritisch naar deze evolutie kijken zoals Miriam Rasch en José van Dijck. Je moet nooit blind geloof hechten aan één ding. Dat geldt evenzeer voor het blinde geloof in de kracht van data. Je moet je bewust zijn van dat continuüm en beseffen dat het niet zo seamless is als de huidige informatiemaatschappij ons wil doen geloven. Alles moet er glad en slick uitzien, terwijl mensen die bezig zijn met data en informatie weten dat dat eigenlijk niet zo is. Data is human-made.

Eens je ermee bezig bent, ontdek je dat data digitaal goud kan zijn. Of is dat voor de cultuursector niet zo vanzelfsprekend? Waaraan moet je aandacht besteden?

Saskia: Ook binnen het Rijksmuseum is die datafication merkbaar in alles, van beveiliging tot financiën, collectiebeheer, marketing en restauratie. Overal wordt intensief met data gewerkt. Vroeger draaide dat vooral rond de digitalisering van de collectie, zodat deze op een zo open mogelijk manier kon gedeeld worden. Dat is het hele verhaal van Open Data waar het Rijksmuseum erg vroeg mee begon. Tegenwoordig is andere data ook waardevol geworden. Google zal bijvoorbeeld veeleer geïnteresseerd zijn in gebruikscijfers dan in informatie over de collectie. 

De manier waarop grote bedrijven zoals Google maar ook streamingdiensten de maatschappij op dit moment benaderen, is zo agressief. Je moet jezelf daartegen wapenen. Als je er niet kritisch of transparant mee omgaat, dan hou je uitverkoop. Op termijn beland je dan in een te eng keurslijf. Het is essentieel om het belang van die transparantie duidelijk te maken.

Als de coronacrisis iets in versnelling heeft gebracht, dan is het wel de digitale transformatie. Veel domeinen ondergingen die versnelling, waaronder de cultuursector. Daar werden tijdelijke initiatieven op poten gezet, maar het kwam niet echt tot een duurzaam business model. Moeten we als cultuursector anders gaan nadenken over de waarde van wat we aanbieden? Komt er bijvoorbeeld een shift van data naar een meer servicegerelateerd aanbod? 

Saskia: Het Rijksmuseum is een publieke instelling. Onze collectie is 100% publiek eigendom en dat geldt ook voor de digitale variant ervan. Eenmaal we die klik maakten, ergens rond 2012, was het een kleine stap naar het openstellen van bijna onze volledige collectie. Over dat business model is er bij ons intern weinig discussie. Je moet geen poging doen om die gedigitaliseerde collectie te monetariseren. Focus eerder op events en services daarrond. In het geval van het Rijksmuseum staat ons spectaculaire gebouw quasi 24/7 beschikbaar voor events die aansluiten bij de collecties. De vraag is alleen hoe je dat op een interessante manier vertaalt, zodat je daarmee ook een deel financiering kan krijgen. 

Hier in Vlaanderen volg ik met veel interesse bijvoorbeeld de poging tot een digitale transformatie van de Boekenbeurs. Maar dit speelt ook bij musea, theaters,… Hoe vertaal je die oude realiteit naar een digitale versie waarbij je de mensen een gevoel van meerwaarde kan geven. Hoe zorg je ervoor dat ze er ook nog eens voor willen betalen? Daarin zit Vlaanderen niet per se achter op Nederland. Deze discussie loopt wereldwijd. Feit is dat je die fysieke realiteit zomaar niet een-op-een kan kopiëren naar het digitale. Het is ook geen kwestie van alles te digitaliseren. Er is altijd frictie in de digitale realiteit. Doen alsof die er niet is, is geschiedenisvervalsing. Er is versnelling, maar we zullen altijd in een soort hybride realiteit vertoeven waarin een fysieke realiteit zich in meer of mindere mate verhoudt tot het digitale.

Wat is dan het pad dat we gaan uitzetten? Zijn er elementen in de digitale transformatie waarvan je denkt: that’s the way to go

Saskia: Op dit moment is er veel te doen rond de meerwaarde die artificiële intelligentie kan bieden voor cultuur. Dat vind ik heel interessant. We hechten veel belang aan de toekomst van AI, maar vergeten daarbij vaak de cultural bias die ermee gepaard gaat. De discussies rond meerstemmigheid in de cultuur vind ik essentieel. En een gebrek aan meerstemmigheid is dan weer heel interessant in kaart te brengen met AI. We kunnen die techniek inzetten om zaken te analyseren die we in het verleden hebben gedaan. Op die manier krijg je ownership van die processen. Dit is wel op voorwaarde dat de manier waarop we dat doen transparant is en kritisch wordt benaderd.

Het ethische aspect van technologie, bijvoorbeeld ook op vlak van privacy, is inderdaad iets wat nog te vaak over het hoofd wordt gezien. Dat gebrek aan meerstemmigheid blootleggen met AI, is dat een taak van de cultuursector volgens jou?

Saskia: Volmondig ja. Daarin merk ik een groot verschil tussen Vlaanderen en Nederland. De hele discussie rond neutraliteit heerst veel heviger in Nederland. Niet zozeer omdat alles neutraal zou moeten zijn, maar wel omdat men er hier van overtuigd is dat het fundamentele gebrek aan neutraliteit erkend moet worden. Het moet bespreekbaar gemaakt worden. Het moet inzichtelijk zijn. Je moet je bewust zijn van de machtsevenwichten en daarin speelt cultuur een grote rol.
Deze discussie heerst ook binnen de erfgoedsector. Als het gaat om dekolonisatie van musea, dan is het mijn indruk dat de discussie daarrond hoger oplaait in Nederland en dat er nog veel ruimte tot ontwikkeling is in Vlaanderen. Een interessant project is bijvoorbeeld het in kaart brengen van koloniale terminologie om erfgoed te beschrijven. Bestaat er geen betere omschrijving? Zijn er meerdere perspectieven? Is die meerstemmigheid duidelijke aanwezig? Veel van de werken uit het Rijksmuseum dateren uit de ‘Gouden Eeuw’, maar doet die benaming recht aan het perspectief van iedereen uit die tijd? Ook recente gevoelige materie rond de kolonisatie van Indonesië en Suriname wordt momenteel druk besproken. Bijvoorbeeld in het initiatief Musea Bekennen Kleur, waar ik namens het Rijksmuseum ook aan deelneem. In Vlaanderen ligt deze discussie moeilijker, omdat het culturele veld nog veel meer politiek geladen is. Maar dit is in mijn ogen een noodzakelijke publieke discussie.

Jij werkt als Belgische in een Nederlands museum. Zie je nog verschillen in de aanpak van data tussen beide landen?

Saskia: De sector in Nederland is toch groter, rijker en meer geprofessionaliseerd. Als je in België werkt, ken je binnen de twee jaar iedereen in je vakgebied. In Nederland wordt er veel vaker samengewerkt, met internationale partners, met de onderzoekswereld en met commerciële partners. Daar heerst een grotere synergie om dingen te doen. In Vlaanderen is men dan weer vaker creatiever, hoewel men wel vaak te bescheiden is om grote samenwerkingen aan te gaan. Een Vlaming maakt zich bij voorbaat al kleiner, hoewel dat niet nodig is. Ja, het is moeilijk. Maar dat is overal zo. Er mag zeker meer ambitie en trots zijn om wat er in Vlaanderen wordt verwezenlijkt. 

Ik zei het al eerder: op Culture Fast Forward host jij een sessie getiteld “Dataïsme”. De sessie begint met een korte keynote van jou, gevolgd door een aantal specifieke cases. Naar welke case kijk jij uit? 

Saskia: Het mooiste aan het opzet van Media & Culture Fast Forward is dat het breder is dan de eigen sector. Soms vind ik het interessant om te kijken naar wat er in verwante sectoren gebeurt. Af en toe eens uit je comfortzone komen houdt je scherp. 

Nog niet alle casussen zijn bevestigd, maar voorlopig kijk ik al uit naar het verhaal van Anna Ridler. Zij is een Londense kunstenares die zelf neurale netwerken is beginnen maken. Het idee dat je dat zelf kan, is bijna surrealistisch. Over de hele wereld worden bijna altijd dezelfde grote netwerken gebruikt, vandaar ook deels die cultural bias. En net daarom wou Anna het anders aanpakken. Daar heb je dan kunstenaars voor nodig: om buiten de lijntjes te kleuren. 

Voor één werk is ze ruim twee jaar bezig geweest met allemaal foto’s te nemen van tulpen. Zo heeft ze zodanig veel data gecreëerd dat ze daarmee kunst kan maken. Het is een creatieve kritiek tegen het absolute geloof dat data alles kan oplossen. Toen ik haar dat zag presenteren in Tate begin dit jaar, was dat mindblowing voor mij. En dan denk ik: mensen zijn heerlijk. De realiteit duwt je in een klein hoekje, maar creatieve mensen ontdekken telkens weer een nieuw universum om te verkennen.

En daarmee is het bijna data-optimisme geworden. Dankjewel, Saskia!

Interview door Debbie Esmans
Manager Beleid & Strategie bij meemoo