x

Start to innovate met Peter Hinssen

Wat journalist Ben Van Alboom opstak van 'Innovation Masterclass met Peter Hinssen' - 11.02

De rode draad doorheen Media & Culture Fast Forward dit jaar? Hoe de digitale revolutie evenzeer een culturele revolutie is. En dus móest ook de zelfverklaarde technologiegeek en culturele nerd Peter Hinssen op het appel verschijnen. “Maar een masterclass op twintig minuten tijd gaat wel niet lukken.” Of toch?

Peter Hinssen is het zo gewoon om de wereld rond te reizen om aan bedrijven te vertellen hoe ze moeten innoveren en tussendoor ook nog eens een recordaantal keynote speeches te geven dat het een klein mirakel is dat hij überhaupt op Media & Culture Fast Forward is geraakt. Een nog groter mirakel is dat hij uiteindelijk een halfuur kreeg voor zijn ‘innovation masterclass’ en die effectief – hoe onmogelijk de opdracht zelfs met die tien extra minuten ook leek – binnen de tijd tot een perfect einde bracht.

Je vindt dertig minuten nóg te lang? Hieronder staan de 15 belangrijkste takeaways van één van de boeiendste sessies op Media & Culture Fast Forward. 

1. Eerst even de Britse Van Dale erbij halen: “Innovation is the process of creating value by applying novel solutions to meaningful problems.” Anders gezegd: als bedrijf of organisatie kun je enkel innoveren door een belangrijk probleem – verspil geen tijd aan prutsen – wezenlijk anders aan te pakken, zodat er een meerwaarde wordt gecreëerd.

2. Je denkt dat je een bedrijf hebt dat onmogelijk kan innoveren? Dat dachten ze in de reistassenindustrie ook. Tot iemand in 1972 – nota bene drie jaar na de maanlanding – op het idee kwam om wieltjes onder een valies te steken. Soms zijn innovaties zo evident dat niemand erop komt (of industrieën zo conservatief dat niemand zich de moeite getroost).

3. De kans is groot dat de uitvinder van de valies-met-wieltjes in zijn leven zowel een creatief genie als een gigantische idioot is genoemd, want de grens tussen de twee is flinterdun, aldus de Amerikaanse auteur Cynthia Heimel. En innovatie draait rond die grens oversteken, aldus Peter Hinssen.

4. Slecht nieuws – met andere woorden – voor wie schrik heeft om voor een gigantische idioot versleten te worden, want die kan dus nooit innovatief zijn. En dat is vervelend, want zonder innovatie geraak je niet vooruit, aldus Steve Jobs.

5. Joseph Schumpeter wist dat trouwens ook al decennia voor Jobs te vertellen. De Oostenrijkse econoom was een groot aanhanger van creatieve destructie (lees: alles maakt uiteindelijk plaats voor iets nieuws; innovatie is onvermijdelijk).

6. Probleem is dat niet iedereen daar even hard van overtuigd is. Telkens als Hinssen met Europese bedrijfsleiders naar Silicon Valley trekt om baanbrekende ideeën en technologieën aan hen te introduceren, krijgt hij van Amerikaanse innovators en start-ups achteraf vaak te horen dat er “weer nogal veel Europese vragen werden gesteld”. Een Europese vraag begint meestal als volgt: “Geweldig idee! Maar …”

7. Niet iedereen is dus in staat om innovatief te denken, maar er zijn volgens Hinssen nog minder mensen in staat om disruptief (lees: radicaal innovatief) te denken. Waardoor zelfs bedrijven die vlot op de digitale golf surfen voor verrassingen komen te staan. Zoals Sony, die dacht dat het de fotomarkt op Kodak had veroverd met zijn digitale fototoestellen, tot Apple de iPhone introduceerde en niemand nog een fototoestel nodig had.

8. Als een bedrijf als Sony zoiets al niet ziet aankomen, wat kan een kleiner bedrijf of organisatie dan doen? Hinssen: “Kalm blijven!” Maar ook: beseffen dat het Nieuwe Normaal is vervangen door het Nooit Normaal. Anders gezegd: na de technologie en economie is nu ook de samenleving voortdurend aan het veranderen, en veruit het domste wat je als bedrijf of organisatie kan doen, is erop hopen dat het allemaal wel niet zo’n vaart zal lopen.

9. Hinssen waarschuwt daarom bedrijven die zich op de borst kloppen omdat ze 2020 hebben overleefd. “Dat is niet genoeg.” Belangrijker is hoe je terugkomt. Hoe kun je groeien en innoveren met wat je in 2020 hebt geleerd? De kans is dus groot dat 2020 een scharniermoment zal blijken te zijn in de geschiedenis van de meeste bedrijven en organisaties – het begin van het einde óf een nieuwe start! 

10. Veel bedrijven hadden vroeger de neiging om pas te beginnen experimenteren of innoveren, als de cijfers achteruitgingen. Hashtag: too late! “Vandaag is het zelfs al niet meer voldoende om te beginnen innoveren, wanneer je aan het pieken bent”, aldus Hinssen. “In het Nooit Normaal moet je jezelf heruitvinden terwijl je groeit.” Innovatie mag vandaag dus geen (twee)jaarlijkse denkoefening meer zijn, ze moet deel uitmaken van jouw dagelijkse werking.

11. Dat is echter vaak makkelijker gezegd dan gedaan, want in de praktijk houden zelfs nu nog veel bedrijfsleiders vast aan de marktlogica van gisteren … in een wereld die nog amper een blik werpt op vandaag en al bezig is met (over)morgen. Hinssen: “Veel bedrijfsleiders denken dat ze 70% van de tijd bezig zijn met vandaag, 20% met morgen (volgend jaar) en 10% met overmorgen (de toekomst). In werkelijkheid is dat 93%, 7% en 0%.” En dat is om problemen vragen.

12. Klaar intussen om te beginnen innoveren, maar je weet niet waar te beginnen? Hinssen ziet 4 soorten innovaties (telkens inclusief een Disney-voorbeeld): productinnovatie (Disney-films zijn technisch altijd grensverleggend geweest, en het bedrijf deinst er bovendien niet voor terug om andere innovatieve bedrijven als Pixar en Lucasfilm over te kopen), marktinnovatie (Walt Disney, de man, zag al snel dat er voor zijn films ook een markt was buiten de bioscoop, en hij opende Disneyland), service-innovatie (Disney zoekt constant naar nieuwe manieren om fans een betere ervaring aan te bieden, en intussen ook hun data te verzamelen) en modelinnovatie (met Disney+ heeft het bedrijf zijn businessmodel op twee jaar tijd helemaal omgegooid).

13. Daarmee weet je dus al waar te beginnen, maar nu wil je vast nog weten hoe eraan te beginnen. Daar heeft Hinssen dan weer VACINE voor uitgevonden. (En ja, helaas alleen daarvoor.)

V(elocity): leer snel schakelen, want de wereld raast aan F1-tempo voort.

A(gility): leer om met verandering om te gaan, zodat verandering jouw vriend wordt, niet jouw vijand.

C(reativity): iedereen kan het antwoord vinden op een simpele vraag; gebruik creativiteit om het antwoord te vinden op een complexe vraag.

I(nnovation): durf jezelf volledig heruitvinden.

N(etwork): zorg dat je kan buigen op een goed netwerk.

E(xperimentation): zorg dat er meer ruimte komt binnen jouw bedrijf of organisatie om te falen (en bijgevolg ook om te leren).

14. Dat laatste punt hamert Hinssen er tot slot graag in. Voor elke auditor moet er binnen een bedrijf een disruptor aangesteld worden – iemand die zich comfortabel voelt om dingen te doen die nog niet gedaan zijn en waarvan niemand de uitkomst kent. Ook belangrijk: zo’n auditor en disruptor moeten een organisatie niet alleen in evenwicht houden, ze moeten ook bereid zijn om elkaar te vinden. “Innovatie is gedisciplineerde desorganisatie”, besluit Hinssen, “en daar moet binnen een bedrijf ruimte voor gemaakt worden. Want iemand die heel de tijd moet vechten tegen de rest van het bedrijf kan niet creatief zijn.”

15. The end. (Oké, dat is niet echt een takeaway, maar ‘vijftien’ klonk gewoon beter dan ‘veertien’.)